'Afrika zit dieper in mijn DNA dan een tatoeage'

Op 23 februari spraken wij met Zuster Beatrijs. Ze vertelde vol energie en overgave over haar tijd in Afrika. Daarom was de schrik des te groter toen wij hoorden dat ze twee dagen later is overleden. We voelen ons bevoorrecht dat we nog met haar hebben kunnen spreken over haar bijzondere leven. In samenspraak met met de Missiezusters van Onze Lieve Vrouw van Afrika. Een eerbetoon aan en ter nagedachtenis van zuster Beatrijs: “Afrika zit in mijn DNA, dieper dan een tatoeage.” 

Waarom wilde u graag bij de congregatie van de Witte Zusters?

‘Eigenlijk was de behoefte om naar Afrika te gaan sterker dan de wil om bij de Witte Zusters in te treden’, lacht Zuster Beatrijs. ‘Toen ik 17 was zag ik een film over zusters in een ziekenhuis in Afrika. Ik dacht gelijk: dit wil ik. In die tijd kon je niet makkelijk alleen op reis als vrouw, maar het verlangen naar Afrika was inmiddels te groot: ik moest en zou naar dat continent afreizen. De makkelijkste weg om daar te komen was door je aan te sluiten bij de Witte Zusters. Het enige zusterschap waarbij je Afrika-garantie had.’

‘Ik ben katholiek opgevoed en dat je het klooster in ging was in die tijd helemaal niet gek. Het was zelfs een beetje een rage. Ik voelde aan alles dat dit mijn roeping was. Ik vertelde mijn ouders dat ik tot de Witte Zusters wilde toetreden. Mijn vader vond het een goed idee, maar mijn moeder zag het helemaal niet zitten. Ze vond het maar niks dat haar dochter straks aan de andere kant van de wereld zou zitten, in een vreemd land, voor een hele lange periode. Toch hield dat me niet tegen en toen ik 20 was sloot ik me officieel aan.’

(lees verder onder de foto)


 

Ging u toen ook gelijk naar Afrika toe?

‘Nee, ik ging niet gelijk naar Afrika. Eerst had ik mijn postulaat en noviciaat in Nederland, eigenlijk de proefjaren voordat je écht het klooster in gaat. Soms was er weleens iets waar ik het niet mee eens was, maar elke keer herinnerde ik mezelf eraan: als dit voorbij is, ga ik naar Afrika. Dat was mijn drijfveer. Daarna ging ik nog een jaar naar Algerije, inclusief een maand stage in een ziekenhuis. Na dat jaar kregen we officieel onze benoeming. Ik werd vroedvrouw. Voor bevallingen dus, maar ik had nog nul baby’s ter wereld gebracht. Terug in Nederland heb ik (gelukkig) drie jaar de vroedvrouwenschool gedaan, en vervolgens nog twee jaar verpleegkunde gestudeerd.’

En toen was het eindelijk zover?

Ja, toen mocht ik eindelijk naar Afrika. Ik ging naar Tanzania. Daar heb ik eerst een maand de taal geleerd, KiSwahili. Maar al snel kwam ik erachter dat elke stam in Tanzania een eigen taal heeft. Dus om met de mensen daar te communiceren, moest ik óók de stamtaal leren van de stam waar ik terechtkwam. Aan het begin ging dat nog een beetje met handen en voeten, maar uiteindelijk heb ik de taal, het Kihaya, best goed onder de knie gekregen.’

Wat heeft u allemaal gedaan in Tanzania?

‘Veel mensen denken misschien dat missiereizen er vooral zijn om het christelijk geloof over te dragen, maar dat was niet het hoofddoel van de Witte Zusters. Ons doel was om kennis over te dragen zodat de Afrikaanse bevolking uiteindelijk zelf de zorg op hun eigen manier kon overnemen en wij dus overbodig zouden zijn. Het was nooit de bedoeling om daar permanent te blijven. Ik heb dus naast moeder- en kindzorg, ook veel lesgegeven op het gebied van verloskunde en verpleegkunde.’

Wat mist u het meest aan Afrika?

‘De gastvrijheid van Afrikanen is ongelooflijk. Het maakt niet uit of mensen zelf niet genoeg hebben, de gast krijgt altijd wat. Dat miste ik wel heel erg toen ik na 25 jaar weer terugkwam in Nederland. In Nederland moet je van tevoren altijd bellen om een afspraak te maken. In Tanzania zeggen ze ‘Karibu’, wat iets betekent als wees welkom, kom maar dichtbij. Die houding is echt iets wat ik nog steeds bij me draag. Ik wil altijd tijd maken voor een ander.

Voordat ik naar Afrika vertrok had ik nog nooit een Afrikaan  ontmoet. Toch bleek het gevoel dat ik had toen ik 17 was te kloppen, Afrika zit in mijn DNA. Dieper dan een tatoeage. Alles in Afrika heb ik liefgehad.’

Welke les wilt u meegeven die heeft u geleerd heeft in uw tijd in Afrika?

‘Alles voor allen. Iedereen verdient liefde en hulp, ongeacht wie je bent of waar je vandaan komt. Dat is waar ik voor sta. En de Witte Zusters en mijn tijd in Afrika hebben me dat geleerd.’